00:00:00 / 00:00:00
Persoonlijkheden / Alle persoonlijkheden
Alle persoonlijkheden
Download hier het volledige palmares van de Koningin Elisabethwedstrijd van 1937 tot 2019.
Persoonlijkheden
2333 items | 234 Bladzijdes | Bladzijde
In oktober 1900 trad Elisabeth, hertogin in Beieren, in het huwelijk met Prins Albert I, die op 23 december 1909 Koning der Belgen werd. Het was het eerste huwelijk van een Belgische Koning dat niet uit diplomatieke overwegingen maar uit liefde werd gesloten. Hoewel ze heel verschillend van karakter waren, hadden Albert en Elisabeth dezelfde interesses en vulden ze elkaar goed aan. Ze kregen drie kinderen: troonopvolger Prins Leopold (1901-1983), Prins Karel (1903-1983) en Prinses Marie-José (1906-2001). Koning Albert was een fervent reiziger en een bergklimmer. Deze passie zou hem uiteindelijk fataal worden. Op 17 februari 1934 ging de Koning na zijn dagtaak nog een korte klim maken in de Ardennen. Daar maakte hij een dodelijke val van de rotsen in Marche-les-Dames. Alberts weduwe, Koningin Elisabeth, zou de Koning nog 31 jaar overleven. Na de dood van haar man volgde, goed één jaar later, het fatale ongeval van haar schoondochter, Koningin Astrid. Elisabeth hield er een depressie aan over. Maar niet zolang daarna werd ze opnieuw de sterke persoonlijkheid van weleer. Ze werd een grote steun voor haar zoon Leopold en voor zijn drie kinderen, die zo jong hun moeder hadden verloren. Koningin Elisabeth zou de geschiedenis ingaan als de kunstzinnige en eigenzinnige Koningin die contact had met alle lagen van de bevolking. Ondanks haar Duitse afkomst, koos ze tijdens de Eerste Wereldoorlog resoluut de kant van haar nieuwe Belgische landgenoten. Achter het IJzerfront ondersteunde ze initiatieven ten voordele van de gewonde soldaten. Zo werd L’Océan opgericht, een hypermodem hospitaal voor die tijd. Ze bracht ontelbare bezoeken aan de soldaten. Ook na de oorlog zette de Koningin zich in voor de oorlogsinvaliden. Nooit voorheen was een Koningspaar in België zo populair geweest. Elisabeth was een intellectuele en bijzonder gedreven Koningin. In het kader van haar interesse voor egyptologie en de contacten met egyptoloog Jean Capart maakte ze een reis naar Egypte, waar ze aanwezig was bij de opening van het graf van Toetanchamon. In 1925 trok ze naar Indië, waarna ze zich verdiepte in yoga. De legendarische wetenschappers Albert Einstein en Albert Schweitzer evenals de Catalaanse cellist Pablo Casals behoorden tot haar intieme vriendenkring. Later zou ze de reputatie van "Rode Koningin" krijgen omdat ze zich niet de les liet spellen door de politieke wereld. Tijdens de Koude Oorlog reisde ze naar landen als de Sovjet-Unie en China. Conventies en protocol waren niet aan haar besteed. Koningin Elisabeth schilderde en beeldhouwde voortreffelijk en was een begenadigde violiste. Ze schrok er niet voor terug om met de allergrootste muzikanten van haar tijd te spelen. Al in 1900 ontmoette ze Eugène Ysaÿe, de Belgische vioolvirtuoos die op dat ogenblik het hoogtepunt van zijn carrière bereikte. In 1912 werd Ysaÿe tot kapelmeester aan het hof benoemd. Samen zouden ze een internationaal concours voor viool oprichten. Wat Ysaÿe voor ogen had, was een wedstrijd voor jonge virtuozen, die een bijzonder breed programma, de hedendaagse muziek incluis, zouden moeten afwerken. Het opzetten van zo een wedstrijd vergde van Koningin Elisabeth uiteraard enige bedenktijd. Kort na de oprichting van de Muzikale Stichting Koningin Elisabeth overleed Ysaÿe, in 1931. De daaropvolgende economische crisis, het plotse overlijden van Koning Albert I, en kort nadien van zijn schoondochter Koningin Astrid, schortten elk groots artistiek project voorlopig op. Tot in 1937, toen de Ysaÿewedstrijd voor het eerst werd gehouden. Een internationale jury van een uitzonderlijk niveau tekende gretig present. De prestigieuze naam Ysaÿe, gekoppeld aan het eerbiedwaardige Koninklijk Hof van België, bracht de elite van de viool naar Brussel. Net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog mocht Koningin Elisabeth, dankzij de milde steun van de ruimdenkende mecenas baron Paul de Launoit, een gedurfde muziekinstelling inhuldigen. Op Sovjet-Russische leest geschoeid had de Muziekkapel Koningin Elisabeth als doel de opleidingsmogelijkheden van de jonge Belgische artiesten gevoelig te verbeteren. Na de piano-editie van 1938 werd de Wedstrijd tot nader order opgeschort. Kort na de Tweede Wereldoorlog kampte de koninklijke familie met onverwachte problemen: twee kinderen van Koningin Elisabeth, Leopold III en Marie-José, heel even Koningin van Italië, werden gedwongen tot troonsafstand; het derde kind, prins Karel, kon tijdens zijn vijfjarige regentschap - zijn artistiek talent ten spijt - niet anders dan zich volledig te concentreren op de economische en sociale heropbouw van het land, de topprioriteit. In de lente van 1950 was de heropleving van de Ysaÿewedstrijd een feit. Marcel Cuvelier, directeur van de Filharmonische Vereniging van Brussel, overtuigde Koningin Elisabeth ervan om de wedstrijd met haar naam te vereren. De eerste sessie werd georganiseerd in de lente van 1951, volgens dezelfde principes als de Ysaÿewedstrijd. En vanaf dan werden de finalisten ontvangen in de prestigieuze gebouwen van de Muziekkapel Koningin Elisabeth om er te studeren in afzondering.
De detailpagina bekijken
Ere-voorzitster van de Koningin Elisabethwedstrijd Muziek is de meest universele taal. Ze hoort thuis in het hart van Europa, waar talen en culturen elkaar ontmoeten, en waar meningen en mensen elkaar voortdurend kruisen. Maar muziek verbindt niet enkel over de grenzen heen. Muziek is ook een voortdurende schepping. Elke uitvoering is een wederuitvinding, waarbij oude melodieën en oude harmonieën weerklinken alsof ze pas op toon gezet werden. In de Wedstrijd wekt het talent van morgen het talent van gisteren opnieuw tot leven. Ik leef ten volle mee met de jonge kandidaten die ons het beste van zichzelf geven.
De detailpagina bekijken
Ere-voorzitster van de Koningin Elisabethwedstrijd van 1965 tot 2013.
De detailpagina bekijken
De detailpagina bekijken
De detailpagina bekijken
Niet-gerangschikte laureaat
VIOOL 2012
Na zijn muziekstudies in zijn geboorteland en aan het Conservatorio G.F. Ghedini van Cuneo (Italie) vervolgde Ermir Abeshi zijn opleiding bij Salvatore Accardo aan de Accademia Walter Stauffer in Cremona, aan het New England Conservatory in Boston bij Malcolm Lowe en aan de Muziekacademie van Pinerolo bij Dora Schwarzberg. Als concertmeester van het Conservatoriumorkest van Cuneo gaf hij van 2001 tot 2005 een reeks concerten in Europa en hij trad ook op in solorecitals en kamermuziekconcerten in Italie, de Tsjechische Republiek, Duitsland en in Boston. In 2004 debuteerde hij als solist met het Ghedini Symphony Orchestra en speelde daarna met het New England Conservatory Chamber Orchestra en het Filharmonisch Orkest van Bacau (Roemenie).
De detailpagina bekijken
Zesde prijs
VIOOL 1993
De detailpagina bekijken
De detailpagina bekijken
De detailpagina bekijken
Eerste prijs - Grote internationale prijs Koningin Elisabeth
COMPOSITIE 1960
Jean Absil was eerst leerling van Alphonse Oeyen, organist van de Basiliek van Bonsecours, en volgde daarna, vanaf 1913, les aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Na orkestratie en compositie bij Paul Gilson gestudeerd te hebben, kreeg hij de prijs van Rome en de Rubensprijs. Hij volgde eveneens lessen bij Florent Schmitt. Hij was docent aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel en aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth maar ook, gedurende meer dan veertig jaar, Directeur van de Academie van Etterbeek, die sedert 1963 zijn naam draagt. Hij was ook lid van de Koninklijke Academie van België. Gedurende heel zijn leven hebben twee activiteiten Jean Absil bezig gehouden: onderwijs en componeren. Als pedagoog heeft hij gedurende veertig jaar generaties van toondichters gevormd. Hij was een leider die de geest van zijn leerlingen opengesteld heeft voor de muziek van hun tijd. Jean Absil vormde een synthese van de Franse school, Stravinsky, Bartok, de polytonale, atonale en seriële muziek (J. Stehman). Zijn oeuvre omvat alle genres. Zijn eerste markante werk was La mort de Tintagiles. Uit zijn opzoekingen over de polytonaliteit en de atonaliteit ontstond een korte studie: Postulat de la musique contemporaine waarvoor Darius Milhaud een voorwoord schreef. Tussen 1926 en 1929 paste Jean Absil vooral de principes van zijn stijl toe op talrijke stukken kamermuziek. In 1936 kwam hij terug tot de grote orkestrale werken met de 2de Symfonie en de concerto's voor diverse instrumenten, waaronder een Concerto voor piano, dat voor de Internationale Ysaÿewedstrijd van 1938 verplicht werd en waardoor zijn faam definitief gemaakt werd. Jean Absil schreef grote werken zoals Les Bénédictions, Pierre Breughel l’Ancien, Les Voix de la Mer, alsook talrijke koorwerken, zowel geestelijke als profane. Hij heeft anderzijds ook vaak inspiratie gezocht in de folklore en in de subtiliteit van Oost-Europese ritmes. Joseph Dopp, die de Absiliaanse schrijfwijze karakteriseert, merkt terecht op dat het oor nooit een gevoel van tonale onzekerheid ondervindt bij het beluisteren van een werk van Jean Absil: als men niet meer mag refereren naar het klassieke “majeur-mineur” is het omdat de toondichter steeds weer nieuwe uitdrukkingen uitvindt en die van het ene naar het andere vernieuwt. Daaruit worden akkoorden geboren die, hoewel ze van de klassieke akkoorden verschillen, toch net als deze expressie, spanning en rust bevatten. Het werk van Jean Absil is nooit absoluut polytonaal: de schijnbare tonale onafhankelijkheid van de stemmen verdwijnt tenslotte steeds ten voordele van een enige tonaliteit.
De detailpagina bekijken
2333 items | 234 Bladzijdes | Bladzijde
Français - Nederlands - English
In de website zoeken
Newsletter
Inloggen
Audio & video Viool 2019
Herbeluister of herbekijk de optredens van de kandidaten !
De cd's van de Wedstrijd
Online mediatheek
Audio, video's en foto's van 1951 tot 2019